Antizionisme vs antisemitisme
Antisemitisme en antizionisme: verwante maar verschillende begrippen
In het hedendaagse debat over Israel en het Joodse volk worden de begrippen antisemitisme en antizionisme vaak door elkaar gebruikt. Zeker in tijden van oplopende spanningen in het Midden-Oosten en verhitte discussies online en in de media, is het onderscheid tussen beide niet altijd duidelijk. Toch is dat onderscheid van groot belang: niet alleen voor de kwaliteit van het publieke debat, maar ook voor het bestrijden van antisemitisme in al zijn moderne verschijningsvormen.
Wat is Antisemitisme
Antisemitisme verwijst naar haat, vooroordelen of discriminatie gericht tegen Joden als groep. Antisemitisme heeft een lange geschiedenis in het Midden-Oosten, Europa en daarbuiten en kan zich uiten instereotypering, marginalisatie, uitsluiting en geweld.
In 2016 nam de International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA) een werkdefinitie van antisemitisme aan, die inmiddels door tientallen landen en instellingen, waaronder Nederland, wordt onderschreven. Die definitie beschrijft antisemitisme als ‘een bepaalde perceptie van Joden, die zich kan uiten in haat jegens Joden.’
De IHRA geeft daarbij ook voorbeelden van hedendaagse uitingen van antisemitisme, waaronder sommige die betrekking hebben op Israël — bijvoorbeeld wanneerkritiek op de staat Israël de grens overschrijdt naar haat of de legitimatie van Joden als volk.
Wat is antizionisme?
Antizionisme is een politiek of ideologisch standpunt dat zich keert tegen het zionisme, de beweging die streeft naar het recht van het Joodse volk op nationale zelfbeschikking in het historische land Israel.
Antizionisme kan verschillende vormen aannemen: van principiële afwijzing van elke nationale Joodse soevereiniteit, tot specifieke kritiek op het beleid van de Israelische regering. Het is op zichzelf niet per definitie antisemitisch om kritiek te hebben op Israel of op het zionisme; in een open democratische samenleving hoort dat bij het publieke debat.
Waar raken antizionisme en antisemitisme elkaar?
De grens tussen antizionisme en antisemitisme is in de praktijk niet altijd scherp te trekken. Wanneer de legitimiteit van het bestaan van de staat Israel als Joodse staat wordt ontkend, wanneer Israel wordt gedemoniseerd of wanneer dubbele standaarden worden toegepast die bij geenenkel ander land gelden, dan spreken we volgens de IHRA-criteria van uitingen die antisemitisch kunnen zijn.
Het antizionistische discours wordt bovendien troebel, en in wezen antisemitisch, wanneer het gebruikmaakt van antisemitische karikaturen, complottheorieën of mythes om de Joodse staat te bekritiseren of haar bestaansrecht te ontkennen. Dat kan bijvoorbeeld het gevalzijn wanneer kritiek op acties van het Israelische leger in woord of beeldsterk lijkt op klassieke bloedsprookjes of eeuwenoude propaganda over vermeende Joodse macht en kwaadaardigheid.
Wanneer dergelijke beelden worden ingezet met als doel het zionisme als geheel te diskwalificeren, verschuift de focus van legitieme kritiek naar demonisering van Joden als collectief.
Het belang van onderscheid en nuance
Het is belangrijk onderscheid te maken tussenkritiek op Israel, die legitiem en noodzakelijk kan zijn, en antizionistische retoriek die in wezen Joden het recht op nationale zelfbeschikking ontzegt. Dat onderscheid vraagt om nuance, context en bewustzijn van de historische lading van antisemitisme.
Voor organisaties als het CIDI is het essentieel om beide begrippen zorgvuldig te blijven duiden. Alleen door antisemitisme te herkennen in al zijn moderne gedaanten, ook wanneer het zich uit in het debat over Israel, kan er ruimte blijven voor een eerlijke en feitelijke discussie, één waarin zowel Joodse veiligheid als vrijheid van meningsuiting worden beschermd.
Bronnen:
Antisemitisme in Nederland: een geschiedenis – Hans Goedkoop, 2010; Jodenhaat in Europa: een geschiedenis van het antisemitisme – Léon Poliakov, 1997; A History of Antisemitism– Léon Poliakov, 2003 (Engels vertaling); Antisemitism:Here and Now – Deborah E. Lipstadt, 2019; The Case for Israel – AlanDershowitz, 2003; Zionismand the State of Israel: A Moral Inquiry – Michael Walzer, 2001; The Pity of It All: A History of Jewsin Germany 1743–1933 – Amos Elon, 2002; L’Antisémitisme de l’époque contemporaine –Pierre-André Taguieff, 2004; Antisemitismin Britain today – Geoffrey Alderman, 1992; Antisemitism and Modernity: Innovationand Continuity – David Nirenberg, 2013
Wat doet Meld Antisemitisme om antisemitisme te bestrijden?
Bij Meld Antisemitisme zetten wij ons dagelijks in om antisemitisme te bestrijden. Dat doen we op twee manieren: preventief en repressief.
- Preventief: wij geven voorlichting en educatie om antisemitisme te voorkomen. Zo ontwikkelen we onderwijsmateriaal en geven onze medewerkers regelmatig les op scholen over antisemitisme, het jodendom en hoe je met incidenten om kunt gaan. Preventie staat bij ons altijd voorop, omdat we geloven dat bewustwording en educatie de sleutel zijn om antisemitisme terug te dringen.
- Repressief: dit doen wij aan de ene kant door te pleiten voor betere wetgeving en een striktere handhaving daarvan bij antisemitische incidenten. Daarnaast doen wij zelf aangifte tegen personen die zich schuldig maken aan antisemitische incidenten, zowel in de openbare ruimte als online.
Zo zorgen we dat slachtoffers zich gesteund voelen en dat daders niet ongestraft blijven.
Terugkerende kenmerken van complottheorieën
Een belangrijk kenmerk van antisemitische complottheorieën is het idee dat een kleine, geheime groep achter de schermen grote gebeurtenissen beïnvloedt. Complexe maatschappelijke ontwikkelingen worden daarbij niet verklaard vanuit meerdere oorzaken, maar vanuit de vermeende invloed van één groep. Daarnaast maken deze theorieën vaak gebruik van bestaande antisemitische stereotypen. Joden worden bijvoorbeeld gekoppeld aan geld, macht, loyaliteit of invloed. Deze beelden bestaan al eeuwen en vormen een basis waarop nieuwe complottheorieën kunnen voortbouwen. Een derde element is collectieve schuld. Niet het handelen van een individu staat centraal, maar een vermeende eigenschap of bedoeling van een hele groep. Een persoon, organisatie of gebeurtenis wordt vervolgens gebruikt als bewijs voor een groter verhaal over ‘de Joden’.
Complottheorieën door de geschiedenis heen
Antisemitische complottheorieën passen zich aan de tijd waarin zij voorkomen aan. In middeleeuws Europa waren veel beschuldigingen verbonden aan religieuze vooroordelen. Joden werden bijvoorbeeld verantwoordelijk gehouden voor verzonnen misdaden of religieuze gebeurtenissen. Vanaf de negentiende eeuw kregen deze ideeën een andere vorm. Onder invloed van nationalisme en raciaal denken werden Joden steeds vaker voorgesteld als een groep met vermeende vaste eigenschappen. Hierdoor ontstonden moderne politieke en maatschappelijke complottheorieën over Joodse macht. Ook in de huidige tijd sluiten antisemitische complottheorieën aan bij actuele onderwerpen. Economische crises, oorlogen en gezondheidsproblemen kunnen binnen deze verhalen worden voorgesteld als onderdeel van een groter plan. De onderwerpen veranderen, maar de structuur van het verhaal blijft herkenbaar.
Oost-Europese immigratie
Tussen 1881 en 1914 verlieten ongeveer twee miljoen Joden Oost-Europa. Dit had onder andere te maken met de pogroms in het Russische Rijk en de discriminerende wetten waaronder Joden in Oost-Europa leefden. Tienduizenden van hen reisden via Nederland, meestal op doorreis naar landen als de Verenigde Staten, Groot-Brittannië of Zuid-Amerika. Een klein deel besloot echter in Nederland te blijven. Deze nieuwe Joodse migranten waren vaak religieuzer dan de Joden die al in Nederland woonden. Ze richtten hun eigen synagogen op en hielden diensten volgens hun Oost-Europese tradities. Terwijl veel Portugese Joden goed Nederlands spraken, spraken de Oost-Europese Joden vooral Jiddisch met elkaar.
Niet iedereen binnen de Nederlandse Joodse gemeenschap wist hoe met de nieuwkomers moest worden omgegaan. Aan de ene kant voelde men medeleven, omdat zij op de vlucht waren voor geweld en vervolging. Aan de andere kant waren er grote verschillen in cultuur en gewoonten, waardoor de onderlinge contacten niet altijd gemakkelijk verliepen. Daardoor verliep de integratie aanvankelijk moeizaam, ook binnen de Joodse gemeenschap. Pas in de loop van de twintigste eeuw werden de Oost-Europese Joden steeds meer onderdeel van het Nederlands-Joodse leven.