Dossiers
In onze dossiers vindt u toegankelijke informatie over antisemitisme en het Jodendom, perfect om snel iets op te zoeken of uw kennis op te frissen. Wilt u zich verder verdiepen? Dan verwijzen we u onderaan de pagina naar betrouwbare externe bronnen en onderzoeken.
Verdiepende websites
Heeft u in onze dossiers niet gevonden waar u naar opzoek bent? Op deze pagina vindt u een overzicht van websites die u
Deicide- Geweld, kruistochten en gedwongen bekeringen
De beschuldiging dat Joden verantwoordelijk zouden zijn voor de dood van Jezus Christus werd in de middeleeuwen door steeds meer mensen als waarheid aangenomen.
Toen paus Urbanus II in 1095 opriep tot de Eerste Kruistocht naar Jeruzalem, vonden in 1096 in verschillende Europese steden gewelddadige aanvallen plaats op Joodse gemeenschappen. Kruisvaarders en lokale groepen zagen Joden als religieuze tegenstanders en vielen hen aan. Duizenden Joden werden vermoord.
Ook openbare religieuze opvoeringen van de kruisiging van Jezus, bekend als passiespelen, droegen soms bij aan negatieve beeldvorming over Joden. In deze voorstellingen werd vaak verwezen naar passages uit het Evangelie volgens Matteüs, waaronder de tekst die later bekend werd als de ‘bloedvloek’. Daarin wordt beschreven dat een groep aanwezigen bij de kruisiging de verantwoordelijkheid voor de dood van Jezus op zich zou nemen.
Wanneer Joden werden voorgesteld als mensen die verantwoordelijk zouden zijn voor de dood van God, konden vijandige houdingen en geweld gemakkelijker religieus worden gerechtvaardigd. Dit droeg bij aan vervolgingen en massamoorden tegen Joodse gemeenschappen in Europa en het Midden-Oosten.
In verschillende Europese gebieden werden Joden verplicht herkenbare kleding te dragen, zoals speciale hoeden of insignes. Deze maatregelen waren bedoeld om hen zichtbaar als aparte groep te markeren en hadden vaak een vernederende werking. Ook kwamen andere vormen van publieke vernedering voor, zoals het beschimpen van Joden, en het vernietigen van synagogen en religieuze teksten.
Veel Joden werden onder druk of dwang tot het christendom bekeerd. In Spanje en Portugal werden deze bekeerlingen, de zogenoemde conversos, later vaak met wantrouwen bekeken. De Spaanse Inquisitie onderzocht hen op verdenking van het in het geheim blijven uitoefenen van het jodendom. Verdachten konden te maken krijgen met gevangenschap, marteling, verbanning of executie.
In 1492 werden Joden uit Spanje verdreven. Portugal volgde enkele jaren later met gedwongen bekeringen en maatregelen tegen de Joodse bevolking.